62 GRADEN NOORDERBREEDTE, DEEL 2

 


 

62 GRADEN NOORDERBREEDTE, DEEL 2

In de vorige nieuwsbrief heb ik u meegenomen naar de eerste week van mijn reis naar de Faroer Eilanden. We gaan nu verder met de tweede week van deze vakantiereis. We laten ons verblijf in Klaksvík op het eiland Borđoy achter ons en zijn erg benieuwd naar onze iglohuisjes in Kvívik.

kvivik-igloo-kvivik-faroe-islands-main

Het iglohuisje in Kvívik

Deze mooie designhuisjes liggen aan de zuidkant van het eiland Streymoy tussen de plaatjes Kvívik en Leynar. Het uitzicht over het Vestmannasund was werkelijk schitterend. Helaas konden we dat niet zeggen over de huisjes zelf. Bij binnenkomst merkten we al snel dat het huisje ronduit vies was, de schimmel stond in de koelkast, er was geen beddengoed en de matrassen zaten vol met haren en andere zaken. Tja niet erg prettig dus en een beetje een teleurstelling. Maar niet meer aan denken en verder naar het vissersstadje Vestmanna. Hier zou namelijk ook een opgraving geweest zijn tijdens de bouw van een bejaardentehuis. De vondsten waren zelfs zo belangrijk dat ze besloten hebben om het hele bejaardentehuis maar ergens anders te bouwen, zodat de archeologie behouden kon blijven. Op de locatie zouden zich twee vikinghuizen uit de 10e of 11e eeuw bevinden welke door middel van een gangetje met elkaar verbonden waren. In een van onze boekjes over de archeologie op de Faroer stond een foto van de opgravingsput met op de achtergrond een stukje weg en huizen. Uiteindelijk was het toch nog een hele toer om de goede plek te vinden. In andere plaatsen stonden de opgravinglocaties netjes met borden langs de weg aangegeven, maar hier in Vestmanna was geen bordje te vinden. Uiteindelijk hebben we door het vergelijken van vele uitzichten en hulp van de lokale bevolking de site weten te vinden. Groot was toen de teleurstelling om te zien dat de opgraving nog in volle gang was.
Leuk zou je zeggen, maar buiten het seizoen is alles onder een dikke laag plastic afgeschermd om de archeologie tegen de Faroerese regen en stormen te beschermen.
Het enige zichtbare was een grote vierkante put met zwart plastic en keien om een en ander op zijn plek te houden. Maar op de terugweg naar onze iglo zijn we nog even de plaats Kvívík in gereden.

Want ook hier bleken opgravingen te zijn gedaan naar het rijke vikingverleden van de Faroer.Precies in het midden van het oude plaatsje, tegen de kust aangeplakt, zijn de resten zichtbaar gemaakt van een bootvormig huis en een stal. De gebouwen werden in 1942 ontdekt tijdens bouwwerkzaamheden. Het bootvormige huis is op een zeer aparte manier gebouwd. Het bevat namelijk een van de vroegste vormen van spouwmuurisolatie! De 1,5 meter dikke wanden van het huis waren opgebouwd uit twee uit steenblokken gestapelde muurtjes met daartussen een vulling van organisch materiaal. Er zijn onder andere plantenresten, wol en zand terug gevonden. Middenin het huis bevond zich een ruim zeven meter lange haard. In het midden was een dieper stuk uitgegraven. Waarschijnlijk werden hier tijdens de nacht de gloeiende kooltjes bewaard zodat in de ochtend het vuur weer makkelijk kon worden opgestookt. De vondst van vele spinstenen gemaakt van lood, zeepsteen en rode tufsteen bewijst dat de vroegere bewoners naast koeien ook de nodige schapen moeten hebben gehad. Ook zijn er diverse weefgewichten gevonden.

opgrav far

resten van een bootvormig huis en een stal

Naast de gewone huishoudelijke artikelen zoals kookpotten, voorraadpotten, kommen en olielampen zijn er ook enkele glazen kralen en stukken kinderspeelgoed aangetroffen. De vikingkinderen konden onder andere spelen met diverse miniatuur bootjes en houten paarden.

De eerste zes dagen van de vakantie was het weer werkelijk schitterend. Maar in een land waar het in september gemiddeld 23 dagen van de maand regent kon dat natuurlijk niet door blijven gaan. Het zal dan ook niemand verbazen dat op dag zeven het weer totaal omsloeg. Op sommige dagen was het vooral in de nacht en de ochtend zeer slecht weer met veel mist, wind en regen maar klaarde het tegen het middaguur op. Op andere dagen bleef het de gehele dag stormen en regenen, maar daar lieten wij ons niet door uit het veld slaan. Op de zevende dag zijn we het eiland Vágar gaan verkennen. Dit eiland heeft zelfs een heus vliegveld. De hele luchthaven is echter niet veel groter dan twee maal het station in Bergen op Zoom. Men heeft er dan ook niet voor niks ruim 16 jaar over gedaan om de eerste 100.000 reizigers te verwerken. Een hoeveelheid die op schiphol meestal iedere dag wel voorbij trekt. In het plaatsje Sandavágur maakten we nog kennis met een spreeuwenfamilie die gezamenlijk op een balustrade van een bruggetje over de baai zat uit te kijken. Zodra er een auto voorbij kwam en deze hun zicht op de baai blokkeerde hupten ze gezamenlijk een stukje opzij om zodra het obstakel weer was verdwenen met z’n allen weer terug te huppen. Onderweg naar het stadje Gásadalur kwamen we langs een klein dorpje genaamd Bøur. Dit kleine plaatsje met slechts 70 inwoners is een van de weinige dorpjes op de eilanden waar de meeste huizen nog geheel in de oude stijl zijn gebouwd. Kleine huisjes met geteerde houten muren en grasdaken. De kerk met het kleine kerkhofje ligt netjes aan de rand van het dorp, uitkijkend over het water van de Sørvágsfjørđur.

bour

Het dorp Bøur

We lopen ondertussen alweer tegen het einde van onze vakantie. Over enkele dagen is het al weer tijd om in te schepen terug richting Esbjerg. Maar eerst zijn we nog via Gamlarætt met de boot naar het eiland Sandoy gegaan. In de ochtend stormde het nog hard en ook tijdens de boottocht was de zee nog wel eens behoorlijk onstuimig. Maar eenmaal aangekomen op Sandoy klaarde het weer al snel op. Sandoy is een wat gelijkmatiger eiland. De scherpe bergruggen op de andere eilanden zijn hier vervangen door wat meer glooiende heuvels en vlakten. Het grootste plaatsje op het eiland is Sandur. Bij de kerk van Sandur is in 1863 de eerder beschreven muntschat gevonden. Omdat op deze locatie meerdere resten uit de 10e en 11e eeuw zijn gevonden waren we benieuwd of er ook hier het een en ander zichtbaar gemaakt was. Aangekomen bij de kerk troffen we midden op het kerkhof een groot rechthoekig gat aan. Vanwege de grote hoeveelheden zwart plastic die in de put lagen moest het hier wel om een opgraving gaan. Helaas was ook hier niemand meer te vinden. Navraag bij de lokale VVV leerde dat het Engelse onderzoeksteam dat hier de hele zomer bezig is geweest juist vorige week was vertrokken. Het mooie weer, en dus het graafseizoen, zat er weer op.

In de vikingperiode bevonden zich op deze locatie tenminste drie grote boerderijcomplexen. Elders op het eiland zijn nog op 3 andere plaatsen resten van nederzettingen uit dezelfde periode aangetroffen. De archeologische ondergrond van het huidige Sandur wordt sinds 2000 bijna jaarlijks door een team van archeologiestudenten van de Engelse universiteit van Bradford nauwkeurig in kaart gebracht. In het najaar van 2000 kwamen er na een zware storm, waarbij een stuk kust was weggeslagen, diverse afvallagen tevoorschijn die geassocieerd konden worden met nederzettingsresten uit de 10e eeuw. De lagen bevatte diverse vondsten. Onder andere lokaal gebakken aardewerk, diverse ijzeren en stenen voorwerpen en een zeer mooi uitgevoerde zogenaamde schildpadfibula. Zo genoemd vanwege de hoge ovale schildvorm. Opgravingen in de directe omgeving hebben ten minste twee gebouwen opgeleverd uit dezelfde periode.

opgr far2

De verlaten opgraving in Sandur

De opgraving die momenteel midden op het kerkhof wordt uitgevoerd heeft resten opgeleverd van diverse stenen structuren. Eén gebouw is waarschijnlijk gebruikt voor industriële activiteiten. De vondst van zeer veel verbrand materiaal en een stenen afvoergoot wijzen niet direct in de richting van bewoning. De reden voor deze opgraving is de uitbreiding van het huidige kerkhof. In het verleden werden bij het delven van nieuwe graven met enige regelmaat archeologische resten aangetroffen. Daarom is besloten om voortaan, voordat er een nieuw deel als kerkhof in gebruik genomen gaat worden, dit deel eerst uitvoerig te onderzoeken

Archeologisch onderzoek heeft verder aangetoond dat de huidige kerk in Sandur tenminste vijf voorgangers heeft gekend, waarbij de oudste fase in de 11e eeuw gedateerd kan worden. De man in het VVV kantoortje gaf mij nog het telefoonnummer van de hoofdarcheoloog van de Faroer eilanden, Dhr. Simun Erge. Als ik hem zou bellen zou hij mij zeker nog wel het een en ander over de opgravingen op de eilanden kunnen en willen vertellen. Helaas is het na veel bellen en bezoekpogingen aan het stadskantoor van Torshávn niet gelukt om met hem in contact te komen. Blijkbaar hebben ook de archeologen op de Faroer het de hele dag razend druk!
Halverwege de middag nemen we de boot terug naar Gamlarætt. We besluiten nog een kijkje te gaan nemen op de locatie, in het plaatsje Kirkjubøur, waar in 1300 gestart is met het bouwen van de Magnus kathedraal. Voor de vakantie had ik al vele foto’s van de kathedraalruïne gezien. Gelegen op een smalle strook tussen de zee aan de ene kant en de berghellingen aan de andere kant. Oude kerkruïnes hebben altijd wel wat vind ik. Je kan op zo’n plek een beetje wegdromen en je voorstellen hoe het er vele honderden jaren geleden uit heeft gezien. Echter toen we de locatie van de kathedraal hadden gevonden moest ik toch wel ven slikken. De gehele bovenkant van het muurwerk was rondom bedekt met een dikke metalen bekisting. Een groot informatiebord vertelde ons dat de bekisting was aangebracht om te zorgen dat de kathedraal behouden zou blijven voor het nageslacht. Omdat de resten zo dicht langs de kust staan heeft het muurwerk nogal wat te leiden gehad onder het vocht. In een poging om de muren te drogen heeft men de bovenste drie meter van het muurwerk dus volledig ingepakt.

kath 1

De Magnus kathedraal voordat deze werd “ingepakt”

Mijn inziens is dit een nutteloze poging. Het grootste deel van het muurwerk staat namelijk nog steeds bloot aan de elementen en in een land waar het ca. 300 dagen van het jaar regent en zeer hard waait zal het dus niet lukken de muren te drogen wanneer deze niet in zijn geheel zijn afgedekt. Het was beter geweest als men de hele kathedraal had overbouwd met een grote weersbestendige loods. Ik begrijp heel goed dat behoud van het cultureel erfgoed een belangrijke zaak is. Maar door het op deze manier aan te pakken is ook meteen heel het mystieke karakter van de locatie verdwenen. En dat is jammer. Want wat is behoud immers waard als niemand hetgeen je wilt behouden meer kan zien?!

kath 2

De “ingepakte” Magnus kathedraal

 De laatste twee dagen van de vakantie hebben we grotendeels doorgebracht in onze iglo. Het weer werd zo slecht dat we door de vele regen, wind en mist vaak niet eens het einde van de toegangsweg naar de iglo’s konden zien. Net als IJsland waren ook deze Scandinavische eilanden een bezoek meer dan waard.

Gepubliceerd in de nieuwsbrief Archeologie en Monumenten nr. 47 van maart 2010 van de Stichting In den Scherminckel te Bergen op Zoom 

 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

18 − zestien =