ARCHEOLOGISCHE VONDSTEN TIJDENS RIOOLWERKZAAMHEDEN

 


 

ARCHEOLOGISCHE VONDSTEN TIJDENS RIOOLWERKZAAMHEDEN

 

In het afgelopen jaar hebben er in Bergen op Zoom slechts een tweetal archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De opgravingen op de hoek van de Huijbergsestraat en de Schoolstraat, waarover Marco in een eerdere nieuwsbrief reeds een artikel heeft geschreven, en een proefsleuvenonderzoek aan het Smitvestje op de locatie van de voormalige volkstuintjes. Het lijkt dus erg rustig te zijn geweest in archeologisch Bergen op Zoom. Maar niets is minder waar. Tussen mei en december zijn er in de oude binnenstad op een drietal locaties rioleringswerkzaamheden uitgevoerd.

Ten tijde van het schrijven van dit artikel vinden er werkzaamheden plaats in de Stationsstraat naast V&D. De verwachting is dat daar tijdens de sanerings- en rioleringswerkzaamheden resten van de Wouwsepoort gevonden zullen worden. Gebouwd rond 1330 en in omvang vergelijkbaar met de Gevangenpoort. Het gebouw zou, met een breedte van ruim 20 meter, precies onder het westelijk deel van de Stationsstraat moeten liggen. De Wouwsepoort werd omstreeks 1600 buiten gebruik en gesteld en toen ook deels afgebroken. Bij het aanleggen van de vernieuwde vestingwerken, naar ontwerp van Menno van Coehoorn, verdwenen de laatste resten van de Wouwsepoort. Hoeveel er ondergronds nog bewaard is gebleven van het gebouw zal in de komende weken duidelijk gaan worden.

De rioleringswerkzaamheden begonnen in mei van dit jaar met de vervanging van de riolering in de Koepelstraat, Korte Bosstraat en de Lindebaan. Hierbij kwamen vele sporen aan het licht uit de vroegste geschiedenis van de stad. Marco Vermunt zal in een latere uitgave van de nieuwsbrief hier dieper op in gaan. Eén van de vondsten uit dit tracé wil ik nu al vast behandelen. Het betreft de vondst van een waterput op de hoek van de Hoogstraat en de Bosstraat. Bij het verwijderen van de oude bestrating kwam tegen de stoeprand een deel van een groot stuk Gobertange kalksteen tevoorschijn. Het grootste deel van de stenen plaat zat toen nog onder de stoep verborgen. Dergelijke grote stukken natuursteen werden vaak gebruikt voor het afdekken van kelders of waterputten. Gezien de positie van de steen, onder de openbare weg, ontstond al snel het idee dat het wel eens om een openbare drinkwaterput zou kunnen gaan. Een waterput op het hoogste deel van de oude binnenstad leek echter, vanwege de grote diepte waarop het grondwater zich bevindt, niet echt waarschijnlijk. Omdat de resten niet direct bedreigt werden door de werkzaamheden werd in eerste instantie besloten om er verder geen aandacht aan te besteden. Toen bleek dat de eventuele waterput wel eens een probleem op zou kunnen leveren voor de gekozen richting van het nieuw te leggen riool, werd besloten om het geheel vrij te leggen. Hierbij werd duidelijk dat er twee aparte stenen platen onder de stoep aanwezig waren. Tussen de platen was een smalle kier en door het geluid, veroorzaakt door vallend zand en puin, werd al snel duidelijk dat het inderdaad om de afdekking van een waterput moest gaan. De aanblik die ons echter te wachten stond toen één van de platen van de punt verwijderd werd had niemand kunnen voorzien. De onderliggende waterput was maar liefst 12 meter diep en circa 2,5 meter breed. De onderste 1,5 meter hiervan was gevuld met water. Het geheel was zeskantig in aanleg en volledig opgetrokken uit witte Gobertange kalksteen. Alleen de bovenste meter, de zogenaamde korf, was in baksteen uitgevoerd.

Waterput 2

De waterput van 12 meter diep

Nog nooit eerder was een dergelijk diepe waterput in Bergen op Zoom gevonden. Ook de vorm en het feit dat hij vrijwel helemaal uit natuursteen is opgemetseld maken deze put zeer bijzonder. De put is vermoedelijk geslagen in de eerste helft van de veertiende eeuw als één van de eerste openbare drinkwaterputten die destijds door het stadbestuur werden aangelegd. Al uit de vroegste stadsrekeningen blijkt dat het stadsbestuur verantwoordelijk was voor de aanleg en onderhoud van de drinkwaterputten op goed bereikbare openbare plaatsen. De putten waren vooral bedoeld voor bezoekers en handelaren in de stad, maar konden tevens gebruikt worden door bewoners die geen eigen drinkwaterput bezaten. De stadsrekening van 1412/1413 vermeldt maar liefst 21 openbare putten. De plaatsbepaling van deze putten in het huidige stratenplan zorgt echter voor nogal wat problemen. In vroeger tijden kregen de putten voor de plaatsbepaling veelal de naam van een huiseigenaar of bewoner uit de buurt van de put. De korf van deze waterput is diverse malen vernieuwd. Reparaties uit de zestiende en negentiende eeuw zijn aan de hand van de verschillende baksteensoorten nog duidelijk herkenbaar. Op het einde van de negentiende eeuw is de waterkwaliteit van de openbare drinkwaterputten hard achteruit gegaan. Rond 1880 komen hierover zoveel klachten bij het stadsbestuur binnen dat wordt besloten een schoonmaakactie van de drinkwaterputten uit te voeren. De resten van een houten vlonder op ongeveer 6,5 meter diepte zijn hiervan nog de stille getuigen. Na het aanleggen van de waterleidingen rond 1900 raakten de openbare drinkwaterputten in onbruik, ze werden afgedekt en vervolgens vergeten.
In het verleden bleek dit vaak een veilige oplossing en het zorgde ervoor dat de onderliggende put niet helemaal met zand opgevuld hoefde te worden. Momenteel wordt er gekeken naar een manier om de put weer in het straatbeeld zichtbaar te maken, zodat een van de oudste en diepste waterputten van de stad niet opnieuw vergeten wordt.

Een soortgelijke, maar minder oude en veel minder diepe, openbare drinkwaterput werd eind augustus van dit jaar gevonden bij rioleringswerkzaamheden aan de Korenmarkt. Hier kwam op de hoek van het Bleekveld en de Korenmarkt, tegenover Korenmarkt 9, een bakstenen waterput tevoorschijn. De bovenzijde van de korf lag op circa 85 centimeter onder het huidige maaiveld. De put zelf was nog eens 3,35 meter diep waarvan de onderste 2 meter met water gevuld was. Hieruit werd met behulp van een magneet nog een puntgave zestiende-eeuwse disselhamer opgevist.

Disselhamer 2

Zestiende-eeuwse disselhamer

Het baksteenformaat (4½ á 5 x 10 x 22 cm) van de waterput dateert de aanleg ervan op het einde van de vijftiende eeuw. De vondst van deze tweede waterput betekende de start van het rioleringswerk aan Korenmarkt, de Korenbeursstraat en op het Korenbeursplein. Vooral ophet Korenbeursplein waren de verwachtingen hoog gespannen. Het huidige riool, dat onder de kinderkoppenbestrating op het midden van het plein lag, zou verplaatst worden naar de zijkanten van het plein. Op deze plekken was, sinds de aanleg van het plein op het einde van de negentiende eeuw, nog nooit gegraven. Het werk begon echter in het oostelijk deel van de Korenmarkt. Hier werden behalve de hierboven genoemde waterput vrijwel geen archeologische resten aangetroffen. Het hele terrein is sinds de vijftiende eeuw geregeld opgehoogd met zand en puin om de venige ondergrond droger en meer begaanbaar te maken. Bouwsporen uit deze periode werden tijdens het werk niet aangetroffen.

De tweede fase van het werk startte in de Korenbeursstraat aan de kant van de Wouwsestraat.
De Korenbeursstraat bestond aan het begin van de vijftiende eeuw als een smal steegje van amper 2 meter breed dat bekend stond onder de naam Pape Norijsstraatje. Al vanaf 1471 wordt er melding gemaakt van Cellebroeders in Bergen op Zoom. Zij vestigden zich rond 1476 in een nieuw gebouwd Cellebroedersklooster aan het Pape Norijsstraatje. In 1479 wordt het steegje verbreed door afbraak van het huis dat toen de westelijke hoek van het steegje vormde. De naam van dit huis is helaas niet bekend. Vanaf dit moment wordt de straat de ‘Lange Nieuwstraat’ genoemd. Van dit huis zijn enkele schamele resten terug gevonden in de vorm van de zijgevel van de hoofdbouw en de zijgevel van een op het achtererf gelegen gebouw. Beide gebouwen waren opgetrokken uit diep rode bakstenen met een afmeting van 6 x 12 x 26 centimeter, wat een bouw in de eerste helft van de veertiende eeuw aannemelijk maakt.

Ter hoogte van de parkeerplaats achter het Gouvernementsgebouw konden resten verwacht worden van de dertiende-eeuwse fase van de Zuivelstraat. Deze straat liep, voordat de Wouwsestraat in het begin van de veertiende eeuw aangelegd werd, vanaf het huidige Gouvernementsplein in een rechte lijn door naar het oosten van de stad. De schuin lopende kadastrale grenzen van enkele huizen aan de Wouwsestraat herinneren hier nog aan.
Oude straatoppervlakken werden helaas niet aangetroffen. Wel zou een oost/west lopende greppel ter hoogte van Korenbeursstraat 9 de noordelijke grens van de dertiende-eeuwse zuivelstraat kunnen vormen. Uit de vulling van deze greppel kwamen enkele fragmenten aardewerk die uit de dertiende eeuw zouden kunnen dateren.
De overgang van het veen aan de noordkant van de Korenbeursstraat en het zand in het zuidelijk deel bevindt zich op ongeveer 5 meter ten zuiden van het Korenbeursplein. Hiermee blijken de veenkommen in het noordoostelijk deel van de oude binnenstad een stuk groter dan oorspronkelijk werd gedacht. Dit betekent dat ook het hele Korenbeursplein een venige ondergrond moet hebben en daardoor zeer nat zal zijn geweest.

Volgens de reconstructie van Van Ham en Bos (2003) in de Historische Stedenatlas van Nederland – Editie Nergen op Zoom behoorde het huidige Korenbeursplein tot de gronden van het Cellebroedersklooster. Bij het Cellebroedersklooster, rond 1476 gebouwd, behoorden in elk geval een kapel en een begraafplaats. De kapel stond vermoedelijk ter plaatse van de huidige winkel van Scheepers met een ten oosten daarvan gelegen kerkhof. Het Cellebroedersklooster heeft slechts relatief kort bestaan. In 1581 had het klooster nog slechts twee bewoners. In 1597 werd in de voormalige kloostergebouwen het Stadsweeshuis ondergebracht. In 1699 verviel ook deze functie en werden de gebouwen op last van de Raad van State als magazijn in gebruik genomen om slechts twee jaar later een deel van het klooster af te breken om plaats te maken voor de nieuwe stadsomwalling en het wagenpleintje voor de nieuwe Wouwsepoort. De overgebleven gebouwen werden voor een periode van zes jaar in gebruik genomen als hospitaal om vanaf 1707 weer als magazijn in gebruik te worden genomen. In de laatste jaren was er een laboratorium voor ontplofbare stoffen in ondergebracht. Mogelijk dat deze laatste invulling van de gebouwen de oorzaak is geweest van de verwoestende brand die in 1745 de laatste gebouwen met de grond gelijkmaakte.
Het is niet geheel duidelijk of het hele huidige Korenbeursplein ooit tot het terrein van het Cellebroedersklooster heeft behoord. Bos en Van Ham denken in hun reconstructie uit 2003, mede gezien bovenstaande uiteenzetting, van wel. De vondsten van het plein doen echter vermoedden dat op (een deel van) het plein voornamelijk gewone huizen hebben gestaan die niets met het klooster te maken hadden. Een ontgraving aan de westkant van het plein toont aan dat de bebouwing aan de oostkant van de Korenbeursstraat op enig moment een gesloten gevelwand vormden. Het zuidelijk deel van het plein leverde de meeste restanten van eerdere bebouwingen op. De zuidwestkant van het plein gaf de resten prijs van een groot onderkelderd gebouw van tenminste 6 bij 10 meter. Op basis van de baksteenformaten kan gezegd worden dat het voor het eerst werd gebouwd in de tweede helft van de vijftiende eeuw. De kelder onder het voorhuis werd in de late zestiende eeuw verstevigd en in tweeën gedeeld. Tevens werd een derde achterkelder onder de gehele breedte van het huis aangebracht met in de noordoosthoek een trap naar het achtererf. De kelder onder het achterhuis is slechts kort in gebruik geweest. Aan het einde van de zeventiende eeuw werd deze alweer buiten gebruik gesteld en met zand en puin volgestort. De kelder onder het voorhuis is ook in de achttiende eeuw nog gebruikt getuige de nieuwe, in tras gelegde bakstenen vloer die hierin aanwezig was. Vermoedelijk is de voorkelder ergens in de negentiende eeuw, toen de bovenbouw al lang verdwenen was, op een zeker moment ingestort. De vulling bestond namelijk uit puin en scherven uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Uit de vulling van de achterkelder is nog een bijzondere vondst afkomstig. Het gaat hierbij om enkele fragmenten van een in het Londense Lambeth vervaardigde schotel van Engelse faience uit omstreeks 1680. Het op het Korenbeursplein gevonden schoteltje is het derde exemplaar in een reeks van zes spreukbordjes met de volgende teksten:

1) What is a mery man.
2) Let him doe all what he kan
3) To entertayne his gefs
4) With wyne and mery jefsts
5) But if his wife doth frown
6) All meryment goos downe.

Faience bordje 2

Fragmenten van de Engelse faience schotel

Direct achter de kelder werd een grote insteek van een ronde bakstenen waterput uit de late vijftiende of begin zestiende eeuw zichtbaar. Door de geringe diepte waarop het riool werd aangelegd, kon de bodem van de put helaas niet onderzocht worden. Ook het in ras tempo uit het veen opwellende water maakte het onderzoek naar het wel zichtbare deel erg moeilijk. Ter hoogte van de scheiding van Korenbeursplein 8 en 10 kwamen twee bakstenen putten tevoorschijn die in een 8-vorm tegen elkaar aan waren gemetseld. Beide putten waren aan zowel de binnen- als buitenzijde met specie afgesmeerd. Omdat het afsmeren van waterputten, ruim boven het grondwaterpeil niet nodig was en in de praktijk sowieso nauwelijks gebeurde, en het afsmeren van beerputten zelfs ongewenst was omwille van de vochtafvoer, is het aannemelijk dat de putten een ambachtelijke functie hebben gehad waarbij het belangrijk was om een vloeistof in de putten te houden. Dergelijk afgesmeerde putwanden komen veelvuldig voor bij leerlooierijen. Ook de 8-vorm waarin deze putten zijn gemetseld hebben we in Bergen op Zoom tot op heden alleen maar bij leerlooierijen aangetroffen. Recentelijk nog bij onderzoek aan de Geweldigerstraat onder de Engelse Hof (2005) waar een leerlooierij uit de eerste helft van de vijftiende eeuw werd aangetroffen. Het gebruikte baksteenformaat dateert de putten van het Korenbeursplein in de eerste helft van de zestiende eeuw.

looiputten 2

De gevonden leerlooiersput

De leerlooierij was vermoedelijk gevestigd in een groot bakstenen gebouw waarvan de zuidelijke zijgevel met steunberen over een lengte van ruim 20 meter kon worden gevolgd.

Aan de noordwestkant van het plein heeft eveneens een relatief groot gebouw gestaan uit het begin van de zestiende eeuw. Doordat dit gebouw niet onderkelderd was en de funderingsresten al vlak onder de bestrating aan het licht kwamen, zijn grote delen van het muurwerk in het verleden reeds verloren gegaan. Wel kon worden vastgesteld dat het voorhuis in tenminste vier kamers was verdeeld, elk met een ruime openhaard. Ter hoogte van Korenbeursplein 1d (de Turkse groetenboer) werd een noord/zuid gerichte muur aangetroffen met aan elke zijde twee haardwangen. Helaas zijn er twee hiervan door het rioleringswerk grotendeels verloren gegaan voordat deze konden worden ingemeten.

Door de geringe diepte waarop de funderingen aan de noordzijde van het plein werden aangetroffen, bleken hier een stuk minder resten bewaard gebleven dan werd verwacht. Ter hoogte van Korenbeursplein 1a werd een grote ronde beerput aangetroffen. Het uit het veen opwellende water maakte het echter onmogelijk de inhoud te onderzoeken. In de gehele rioolsleuf stond namelijk in no-time een laag van 10-15 centimeter water.
Aan de uiterste noordoostkant van het plein werden tijdens een kleine sanering, voorafgaand aan de rioleringswerkzaamheden, de resten van een relatief groot gebouw uit de achttiende eeuw waargenomen. Het gaat hierbij om de noordelijke zijgevel van het in 1706 gebouwde wachthuis dat gesitueerd was naast de poort en brug die toegang boden tot het ravelijn Wouw.

reconstructie Korenbeursplein 2

Ondanks dat het rioleringswerk slechts kleine openingen in het bodemarchief biedt heeft het op het Korenbeursplein en de omliggende straten weer veel nieuwe gegevens opgeleverd over de ontstaansgeschiedenis van de stad en haar bewoners. Dit is mede te danken aan de goede samenwerking tussen de Gemeentelijk Archeologische Dienst en de werknemers van de Gebroeders Voets uit Rosmalen die in opdracht van de Gemeente Bergen op Zoom de riolerings- en bestratingswerkzaamheden hebben uitgevoerd.

Gepubliceerd in de nieuwsbrief Archeologie en Monumenten nr. 54 van december 2011 van de Stichting In den Scherminckel te Bergen op Zoom 

 


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

14 − 5 =