SHETLAND EILANDEN: EEN ARCHEOLOGISCH PARADIJS

 


 

SHETLAND EILANDEN: EEN ARCHEOLOGISCH PARADIJS

 

De afgelopen jaren heb ik jullie al diverse malen via de nieuwsbrief van de Stichting in den Scherminckel mee laten genieten van mij archeologische vakanties. In 2007 berichtte ik over mijn vakantie in IJsland en in 2009 over mijn vakantie op de Faeröer eilanden. Na in 2011 nogmaals naar de Faeröer eilanden te zijn geweest, hebben we dit jaar de Scandinavische wateren achter ons gelaten en zijn we nog verder naar het zuiden afgezakt, naar de Shetland eilanden.

De Shetland eilanden vormen de meest noordelijke grens van Schotland en liggen ongeveer 280 km ten zuidoosten van de Faeröer. De eilandengroep bestaat uit circa 100 kleine en grotere eilanden, waarvan er slechts 16 bewoond zijn. Hoewel nu Schots, behoorden de eilanden tot aan 1471 toe aan de Noorse kroon. Voor lange tijd waren de eilanden dus Scandinavisch grondgebied. Iets wat aan de vele plaats en streeknamen nog steeds zeer goed te merken is. Ook het lokale dialect heeft zeer veel overeenkomsten met het Noors. De Shetland eilanden kennen een lange bewoningsgeschiedenis. Archeologische vondsten tonen aan dat de eilanden voor het eerst bewoond werden in het mesolithicum (100.000 tot 30.000 jaar voor Christus), maar de resten uit deze vroege periode zijn zeer schaars. De Shetland eilanden herbergen op dit moment meer dan 5.000 bekende archeologische vindplaatsen, waarvan het merendeel afkomstig is uit de prehistorie en de vikingtijd.

Een van de meest indrukwekkende archeologische resten op de eilanden zijn de zogenaamde brochs, metershoge bouwwerken uit de midden-bronstijd. Brochs zijn uniek voor Schotland en van de bijna 570 bekende brochs staan er ruim 120 op de Shetland eilanden. Later meer over deze indrukwekkende bouwwerken. De komende nieuwsbrieven zal ik jullie stukje bij beetje laten meegenieten van deze, vanuit archeologisch oogpunt gezien, zeer boeiende vakantie. Zoals gezegd zijn de eilanden vanaf de midden-steentijd bewoond. Over de herkomst van de mensen die in de steentijd en bronstijd de eilanden bewoonden is weinig bekend. Men vermoedt dat ze van het Britse vaste land afkomstig zijn geweest maar duidelijke aanwijzingen over hun afkomst zijn niet aangetroffen. In de ijzertijd behoorden de bewoners vermoedelijk toe aan Pictische stammen. Omdat de Romeinen nooit zover noordelijk zijn doorgedrongen, loopt de ijzertijd op de Shetland eilanden door tot de komst van de Vikingen. De steeds maar groeiende bevolking van Scandinavië zorgde erin de late achtste eeuw voor dat de Vikingen hun aandacht steeds meer gingen verleggen van het plunderen van nabijgelegen gebieden naar het innemen van nieuwe gebieden om hun eigen woongebieden te vergroten. De Shetland eilanden kwamen door deze invasiedrang in de late achtste of vroege negende eeuw in Scandinavische handen. Welk lot de toenmalige Pictische bevolking getroffen heeft is onduidelijk. Sommige historici hangen een theorie aan die er vanuit gaat dat de Vikingen de volledige Pictische bevolking van de eilanden zou hebben uitgeroeid. Archeologische bewijzen, zoals bijvoorbeeld massagraven, ontbreken echter geheel. Logischer is dat de twee volkeren naast elkaar op de eilanden hebben geleefd en langzaamaan in elkaar zijn opgegaan.

In de tiende eeuw bereikte het Christendom de eilanden. De toenmalige koning van Noorwegen, koning Olav Tryggvasson, beval graaf Sigurd the Stout dat hij en al zijn onderdanen zich zouden laten dopen. Deed men dit niet dan zouden ze ter plekke gedood worden. En uiteraard ging Sigurd akkoord. In 1194 toen Harald Maddadsson graaf was van Orkney en Shetland brak er een opstand uit tegen de Noorse koning Sverre Sigurdsson. De Shetlanders voeren naar Noorwegen maar werden op zee voor de kust van Bergen verslagen. Vanaf dat moment kwamen de Shetlands onder directe heerschappij van Noorwegen. Vanaf de dertiende eeuw hebben de Schotse koningen herhaaldelijk geprobeerd om de Shetland eilanden te veroveren. De eilanden bleven echter tot ruim in de veertiende eeuw een provincie van Noorwegen maar de Schotse invloeden werden sterker en pas in 1471 vielen de Shetlands officieel in Schotse handen. Onze reis begon met een autorit door de stromende regen naar Schiphol. Nadat het in Nederland lange tijd goed en warm weer was geweest, wilden de weergoden ons vast goed voorbereiden op het barre weer van de Shetland eilanden. Het vliegtuig vertrok ruim op tijd en met een korte overstap in Edinburgh kwamen we enkele uren later al aan op het kleine vliegveldje van Sumburgh helemaal in het zuidelijkste puntje van het mainland. Vanuit het vliegtuig waren de eerst ruïnes al te zien. Dat beloofde dus een mooie vakantie te worden. Gaandeweg de vakantie bleek echter dat het overgrote deel van de ruïnes op de eilanden verre van oud zijn. Men heeft hier namelijk de gewoonte om vervallen schuren en huizen niet af te breken, maar gewoon te laten staan totdat alleen de stenen muren er nog van over zijn. Nadat we de huurauto hadden opgehaald en ons erover verbaasd hadden dat je met de auto de landingsbaan van het vliegveld kruiste begonnen we onze weg naar Lower Voe waar ons huis voor de komende twee weken staat.

Onderweg kwamen we door Lerwick, de hoofdstad van de Shetland eilanden. Bij de ingang van het plaatsje staan net naast de weg de resten van de Clickimin Broch. Een grote ronde toren met enkele bijgebouwen er omheen omgeven door een anderhalve meter hoge buitenmuur.

shet01

De Clickimin Broch

De resten van de Clickimin broch kwamen aan het eind van de negentiende eeuw aan het licht. Oorspronkelijk heeft dit meer dan 2000 jaar oude bouwwerk op een eiland gelegen dat alleen via een boot bereikbaar was. In latere tijden is het eiland door een kleine dam met het vasteland verbonden. Tot 1874 was er van het eiland, de broch of de dam niets te zien. In 1874 besloot met om het waterpeil in het meer te verlagen en pas toen kwamen de resten van de broch in beeld. Na uitgebreid onderzoek aan het eind van de negentiende eeuw is de broch behoorlijk gerestaureerd aan de hand van de enige nog bijna complete broch in de wereld op het eiland Mousa. Over dit indrukwekkende bouwwerk zal ik jullie later meer vertellen.

Na bijna een uur in en rond de Clickimin broch te hebben rondgelopen zijn we op zoek gegaan naar de plaatselijke VVV in de hoop dat zij enige informatie hadden over eventuele lopende opgravingen op de eilanden. Omdat het opgraven op IJsland me meer dan bevallen was en het opgraafseizoen op de Faeröer net was afgelopen toen ik daar was, zou het natuurlijk erg mooi zijn als ik hier op de Shetland eilanden weer aan een opgraving mee zou kunnen werken. Maar helaas, volgens de man bij de VVV lagen alle opgravingen op de eilanden helemaal stil vanwege geldgebrek. Ondanks deze lichte tegenvaller zou er toch nog meer dan genoeg te zien zijn tijdens deze vakantie. Aan het eind van de dag kwamen we aan in Lower Voe en hadden we ons huis al snel gevonden. Opvallend was de persoonlijke inrichting van het huis. De reden hiervan werd ons al snel duidelijk toen de huisbaas Keith langskwam. Het huis, ‘de Picking Shed’, bleek zijn eigen huis te zijn van waaruit hij zijn mosselkwekerij in het fjord voor het eiland runde.

De volgende morgen was het weer bar en boos. Omdat we dit weer al wel een beetje verwacht hadden deze vakantie, besloten we om deze dag te besteden aan een bezoek aan het Shetland Museum in Lerwick. Dit zeer moderne gebouw, gelegen aan de oude vissershaven van de stad toont de geschiedenis van de eilanden van de vroege prehistorie tot aan de het midden van de twintigste eeuw. De tentoonstelling is ruim opgezet en verteld op zeer boeiende wijze zijn verhaal. Uiteraard voorzien van de nodige mooie vondsten om van te watertanden. Een van de meest bijzondere vondsten is toch wel de Sint Ninians Isle schatvondst, een groep van ruim 28 zilveren, deels vergulde objecten uit het begin van de negende eeuw.  Erg mooi is ook de uitleg over de verschillende types van woonhuizen in de steentijd, bronstijd en ijzertijd. Dit werd gedaan door middel van zeer gedetailleerde maquettes, zoals onderstaand voorbeeld van een steentijd huis uit circa 2.500 jaar voor Christus.

shet02

Dankzij deze maquettes werd het een stuk makkelijker om de verschillende hopen stenen die we op de vakantie tegenkwamen te interpreteren

In de museumwinkel natuurlijk de nodige archeologische boeken gekocht en ook daar nogmaals gevraagd of men iets wist van een actuele opgraving. De medewerker had wel gehoord van een opgraving in de buurt van de Huesbreck boerderij, maar wist niet de exacte details. Hij adviseerde mij een bezoekje te brengen aan de Shetland Amenity Trust. De instantie die het archeologische erfgoed op de eilanden beheert. Je zou het kunnen vergelijken met onze RCE. Na aan de balie mijn verhaal te hebben gedaan en heel even een wat vreemde blik te hebben gehad van de receptioniste, kwam een van de lokale archeologen van de Amenity Trust mij halen en nam me mee naar een vergaderkamer voor een kopje thee. De man vertelde honderduit over de archeologie op de eilanden en hij vertelde dat ik mazzel had. Ondanks dat er weinig geld was voor onderzoek momenteel was er toch een klein onderzoek aan de gang. Nabij de Huesbreck boerderij was men bezig met het opgraven van een zeventiende eeuws landhuis van één van de Lairds van de eilanden. De opgravingen werden uitgevoerd door een groep studenten van het Bates College in Lewiston – Maine (USA) onder leiding van professor Gerry Bigalow. Ik kreeg een uitgetekend kaartje mee en de mededeling dat ik daar zeker kon gaan kijken en dat hulp altijd wel gewenst was. Omdat we de komende twee dagen al andere bezoeken gepland hadden besluiten we om er volgende week zeker langs te gaan.

Na een heerlijke nachtrust en een beetje uitslapen vertrekken we de volgende dag richting vliegveld. Bij het uitbreiden van een van de landingsbanen werd in 1975 een spectaculaire vondst gedaan. Een wooncomplex van huizen uit de ijzertijd rondom een tot dan toe onbekende broch. De nieuwe landingsbaan bleek dwars door de resten van de broch te zijn gegraven. Bij aankomst bij de vindplaats van Old Scatness treffen we het bezoekerscentrum helaas gesloten aan. Het bordje op de deur vertelt ons dat het bezoekersseizoen pas op 28 mei begint, 1 dag voor we weer vertrekken. Op dat moment zakt de moed me toch een beetje in de schoenen, want wat als alle archeologische vindplaatsen hier pas vanaf 28 juni opengesteld worden…  Maar na een opbeurend praatje van mijn vader besluiten we nog een stukje verder te rijden en een bezoek te brengen aan Jarlshof. Genoemd naar het zeventiende eeuwse huis van de graaf (laird) Patrick Stewart dat op deze locatie stond. Het huis is aan het begin van de zeventiende eeuw in verval geraakt en tot een ruïne verworden.

De Schotse schrijver, Sir Walter Scott, bracht aan het begin van de negentiende eeuw een bezoek aan de ruïne van het huis wat hem inspireerde tot het schrijven van het boek ‘De Piraat’ waarin hij de ruïne de naam Jarlshof meegeeft dat zoveel betekent als ‘het huis van de graaf’. Tot aan de jaren tachtig van de negentiende eeuw was er op het strand niet veel meer te zien dan de ruïne van graaf Patrick maar dat zou snel veranderen. Een serie van najaarsstormen zorgden ervoor dat hele stukken van het strand wegspoelden en er grote stukken muurwerk uit velerlei perioden bloot kwamen te liggen. Grootschalige archeologische opgravingen in de jaren dertig en vijftig van de twintigste eeuw hebben de resten blootgelegd van meer dan 4.000 jaar bewoningsgeschiedenis op 1 plaats. Beginnend in de late steentijd, doorlopend naar de bronstijd, ijzertijd en Viking periode om te eindigen met het huis van laird Patrick in 1608. Wat de site zo bijzonder maakt is niet alleen de uitgestrektheid van de bewoningsgeschiedenis, maar ook de grote variatie aan gebouwen op de locatie. Zo zijn er resten gevonden van ‘round houses’, een smidse uit de bronstijd waar onder andere bronzen bijlen werden vervaardigd, een broch, ‘wheel houses’, ‘Viking long houses’ en nog veel meer. Maar wat bovenal tot de verbeelding spreekt is de gaafheid ervan. Vele van de bronstijd en ijzertijd huizen zijn op het dak na volkomen gaaf gebleven. Alle stenen muren staan nog overeind en dit betreft geen later restauratiewerk.

shet03

Huis uit de vroege ijzertijd op Jarlshof

De verschillende bouwwerken zijn lange tijd in gebruik gebleven en stukje bij beetje zijn ze verdwenen onder een laag stuifzand. Van de Viking ‘Long Houses ‘ is veel minder bewaard gebleven. Dit komt deels doordat de ‘long houses’ als een soort steenmijn hebben gediend voor de dertiende-eeuwse boerderij die eveneens op de site heeft gestaan. Maar ook al tijdens de Viking periode zijn vele huizen afgebroken en opnieuw gebouwd. In totaal zijn er zeven verschillende bouwfases te herkennen.  In het bezoekerscentrum hebben we lange tijd staan praten met Dr. Stephen (Steve) J. Dockrill van Bradford University . Nu gepensioneerd maar, door zijn jarenlange onderzoeken op Old Scatness, verknocht geraakt aan de eilanden. Na zijn pensioen is hij dan ook naar de Shetland eilanden verhuisd en werkt nu als vrijwilliger in het bezoekerscentrum van Jarlshof. Tijdens ons bezoek alhier liepen we nog op tegen Neil Oliver, historicus en Tv-presentator van de BBC. Hij was met een cameraploeg ter plaatse om opnames te maken voor een nieuwe reeks van het populaire BBC programma ‘The History of Scotland’.

shet04

Bovenaanzicht op de ‘wheel houses’ bij Jarlshof

In de volgende nieuwsbrief zal ik jullie meer vertellen over de verschillende archeologische sites die ik in mijn vakantie heb bezocht zoals de Staneydale Tempel en de Broch van Mousa. En natuurlijk over het bezoek aan de enige lopende opgraving op de eilanden.

Gepubliceerd in de nieuwsbrief Archeologie en Monumenten nr. 57 van september 2012 van de Stichting In den Scherminckel te Bergen op Zoom 

 


 

Boekenlegger op de permalink.

One Comment

  1. Dat het Mesolithicum er was tussen 100.000 en 30.000 v. Chr. is ruimschoots naast de waarheid. De meeste archeologen laten het beginnen in Anatolië omstreeks 10.500 voor Chr., dus aan het begin van het Holoceen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

zeventien − 2 =